Jeugd en onderwijs

(bedragen x €1.000) [ -/- = Nadeel]

Onderwerp

Toelichting

Resultaat

Onderwijshuisvesting

Op de budgetten voor onderwijshuisvesting is een voordeel van €216.000 door minder kosten als gevolg van vandalisme en lagere kosten voor het huisvesten van Persoonlijk voorgezet onderwijs (Pvo). Daarnaast is er een voordeel op de baten bij MFA Zwaluwenburg van €109.000 omdat de doorrekening van de facilitaire servicekosten niet waren begroot.

326

Peuterspelen

Door meer overbelaste gezinssituaties is meer opvang ingezet op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) en minder op Peuterspelen. Het nadeel van SMI (€40.000) zit in Programma Meedoen. Het voordeel op peuterspelen bedraagt €163.000 en zit in programma Jeugd en onderwijs.

163

Leerlingenvervoer

Doordat meer VSO leerlingen in Deventer naar school gaan, is het aantal vervoersbewegingen afgenomen en zijn de kosten gedaald. In 2026 zal een analyse plaatsvinden in hoeverre het budget structureel verlaagd kan worden.

196

Jeugdhulp en jeugdreclassering

In de eerste en tweede tussentijdse rapportage zijn diverse bijstellingen geweest op de budgetten van jeugd, daarnaast wordt in deze jaarrekening een financieel saldo vermeld. Samengevat komt dit op het volgende neer:
·1e tussentijdse rapportage: Op basis van cijfers uit de financiële eindprognose 2024 zijn de budgetten met €6,9 miljoen verhoogd.
·2e tussentijdse rapportage: Op basis van de kosten over het 1e half jaar van 2025 zijn de budgetten nogmaals met €5,5 miljoen verhoogd.
·Jaarrekening: Het resultaat op de budgetten jeugdhulp en jeugdreclassering is €2,8 miljoen voordelig.
·Totaal: Terugkijkend op de nadelen bij de 1e en 2e tussentijdse rapportage en het voordeel bij de jaarrekening is het saldo op de budgetten jeugd in 2025 €9,6 miljoen nadelig.

In de tweede tussentijdse rapportage is het budget bijgesteld op basis van de sterke kostenstijging in de eerste helft van 2025. In die periode nam het aantal jeugdigen met jeugdhulp en jeugdreclassering toe. Verwacht werd dat deze stijging zich in de tweede helft van het jaar zou doorzetten en op basis daarvan zijn de kosten geëxtrapoleerd. In de praktijk zijn de aantallen in de tweede helft van 2025 gestabiliseerd, waardoor de kosten minder hard zijn gestegen dan geraamd. Hierdoor is de eerder bijgestelde raming ongeveer €2,8 miljoen te hoog geweest. Dit bestaat uit een voordeel van € 3,3 miljoen op jeugdhulp en een nadeel van € 0,5 miljoen op jeugdreclassering.

2.790

Overige verschillen

Overige verschillen lager dan €100.000

81

3.556