Meedoen

Dit programma bestaat uit de volgende taakvelden:
5.1 Sportbeleid en activering;
5.2 Sportaccommodaties;
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie;
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo);
6.712 Begeleiding (Wmo);
6.713 Dagbesteding (Wmo);
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo);
6.791 PGB Wmo
6.811 Beschermd wonen (Wmo);
6.812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo);
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
7.1 Volksgezondheid;

(bedragen x €1.000)

(-/- = de realisatie is lager dan begroot, +/+ = de realisatie is hoger dan begroot)

Nr.

Omschrijving

Verschil 2025 Lasten (a)

Verschil 2025 Baten (b)

Verschil 2025 Stortingen (c)

Verschil 2025 Puttingen (d)

Saldo 2025
(-a+b-c+d)

1

Sportbeleid en activering

-99

-59

40

2

Sportaccommodatie

83

116

-194

-161

3

Samenkracht en burgerparticipatie

-3.579

-626

185

-677

2.091

4

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

-621

186

0

-574

233

5

Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

-149

17

166

6

Huishoudelijke hulp (Wmo)

507

-92

-599

7

Begeleiding (Wmo)

441

1

-440

8

PGB Wmo

160

-160

9

Beschermd wonen (Wmo)

-3.240

42

0

-3.003

279

10

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

1.687

198

0

1.111

-378

11

Coördinatie en beleid Wmo

257

5

-252

12

Volksgezondheid

-580

-42

-103

435

13

Overig

21

1

-20

Totaal

-5.112

-253

185

-3.440

1.234

Toelichting

1. en 2. Sportbeleid en activering en Sportaccommodaties

Het netto resultaat van de voor- en nadelen op deze onderdelen is €121.000 negatief. Dit wordt veroorzaakt door meerdere verschillen lager dan €100.000, onder andere bij de buitensportaccommodaties en de subsidies aan verenigingen voor het onderhoud van de velden.

  1. Samenkracht en burgerparticipatie

Het voordeel op Samenkracht en burgerparticipatie betreft €2,1 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door de volgende onderdelen die verderop toe worden gelicht.

  • Preventie: nihil, maar wel toegelicht in verband met een aantal noemenswaardige afwijkingen
  • Algemene voorzieningen: €137.000 voordelig
  • Transformatie/innovatie: €444.000 voordelig
  • Minderheden: €1.478.000 voordelig
  • Overige verschillen: €31.000 voordelig, niet toegelicht

Op het onderdeel Preventie is het saldo nagenoeg nihil, maar zien we wel twee verschillen, namelijk:

  • Het budget van de sociale teams vanuit Raster is op de lasten met €135.000 overschreden, wat resulteert in een nadeel. Het totale budget betreft ruim €1 miljoen. In 2025 is een onafhankelijk manager voor het Voor Elkaar Team (VET) aangetrokken die de verzelfstandiging van dit team is gestart. De bekostiging hiervan heeft geleid tot dit (incidentele) nadeel. In het doorontwikkelplan VET dat medio 2026 zal worden opgeleverd zal structurele bekostiging van gewenste ontwikkelingen (waaronder de onafhankelijk manager een onderdeel zijn (zie ook: zie ook Raadsvoorstellen Raadsvoorstel Rapport Transitie naar Voor Elkaar Teams en Team Toegang Wmo Gemeente Deventer ).
  • Het budget voor de Inclusie agenda Deventer zonder drempels heeft een voordeel van €175.000 op de lasten, waarvan €115.000 wordt overgeheveld naar 2026. Het over te hevelen bedrag bestaat voor €65.000 aan kosten voor het permanente kunstwerk. Voor dit kunstwerk is een zorgvuldig proces doorlopen waarbij diverse partijen bij het onderwerp zijn betrokken. Het proces heeft hierdoor vertraging opgelopen. Het kunstwerk zal in 2026 worden gerealiseerd. Daarnaast zal €50.000 overgeheveld worden voor de projectleider diversiteit en inclusie welke later is begonnen dan gepland.

Op het onderdeel Algemene voorzieningen zit een voordeel van €137.000. Dit betreft een voordeel van €366.000 bij de lasten en een nadeel van €229.000 bij de baten. Dit worden met name veroorzaakt door:

  • Een nadeel op de baten van €466.000 en een voordeel op de lasten bij Dorpshuis Braakhekke. Deze post is opgenomen als budgetoverheveling vanuit Vastgoed, de financiële afwijkingen zijn geclusterd en nader toegelicht in de paragraaf Vastgoed.
  • Daarnaast is er sprake van meerdere kleinere afwijkingen (voordelig) van in totaal €140.000 van wijkcentra, gebouwen, speeltuingebouwen en buurtwerk veelal door onderhoud wat niet is uitgevoerd. De financiële afwijkingen op vastgoed zijn geclusterd en nader toegelicht in de paragraaf Vastgoed.

Op het onderdeel Transformatie/innovatie zit een voordeel van €444.000, voor €196.000 bij de lasten en voor €248.000 bij de baten. Dit word veroorzaakt door:

  • een overschot op de wijkbudgetten van €118.000.
    Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een te lage personele capaciteit. Hierdoor zijn werkzaamheden die eerst in 2025 uitgevoerd zouden worden nu gepland voor 2026. Hierin wordt nog bezien in hoeverre de budgetten voor 2026 toereikend zijn, mocht dit niet het geval zijn wordt dit meegenomen in de tussentijdse rapportages in 2026.
  • een voordeel van €85.000 op het Innovatiebudget Wmo.
    Dit komt omdat activiteiten zijn uitgesteld. Het budget wordt in 2026 ingezet voor implementatie AVE (Aanpak Voorkoming Escalatie) en de start van een pilot wijkgericht werken om integrale samenwerking te bevorderen.
  • Overige kleinere verschillen van in totaal zo'n €241.000 op Aanpak Deltabuurt, Woonzorgvisie, Toekomstbestendige wijken en van individueel naar collectief.
  • De baten en de lasten voor SPUK DOS, beiden €338.000 stonden niet begroot. Per saldo heeft dit geen effect op de exploitatie omdat de subsidie gelijk is aan de uitgaven hierop.

Op het onderdeel Minderheden zit een voordeel van €1.478.000, voor €2.828.000 bij de lasten en een nadeel van €1.350.000 op de baten. Het voordeel op Minderheden wordt voornamelijk veroorzaakt door een voordeel van €1,1 miljoen op de Oekraïne-middelen. Dit komt omdat er voor de opvang van Oekraïners minder nodig is dan er aan Rijksmiddelen ontvangen is. Om dezelfde oorzaak van minder vraag, is er sprake van meerdere kleine voordelige effecten op Minderheden die optellen tot €400.000.

  1. Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

Het voordelige effect van €234.000 op Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO wordt veroorzaakt door:

  • Een voordeel op de lasten van €621.000 voornamelijk veroorzaakt door lagere apparaatslasten (doorbelasting interne uren) van €491.000.
  • Een voordeel op de baten van €186.000 veroorzaakt door hogere inkomsten voor (geleverde) goederen en diensten.
  • Door het algehele financieel gunstige beeld hier, waren er minder puttingen uit de reserves en voorzieningen nodig dan begroot waardoor deze bate op het beleidsproduct Toegang en eerstlijnsvoorzieningen WMO € 573.000 lager uitvalt dan begroot.
  1. Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

Het saldo binnen dit taakveld is €166.000 voordelig. Het grootste voordeel binnen dit taakveld zit binnen de vervoersdiensten Vraagafhankelijk vervoer. Dit betreft zo'n €220.000, voornamelijk binnen de lasten. De reden hiervoor is dat we rekening hadden gehouden met een stijging van vervoersbewegingen met 7%, terwijl er sprake is van een daling van 5%. Bovendien is de NEA index (1,5%) - de index die wordt gebruikt binnen de vervoersdiensten - in 2025 lager dan onze gemeentelijke index (3,3%).

Daarnaast is er nadeel op de lasten van hulpmiddelen van €114.000. Dit komt omdat bij de 2 e tussentijdse rapportage dit budget met €320.000 naar beneden bijgestel terwijl in de realisatie de daling in lasten €200.000 is. Dit komt doordat minder individuele hulpmiddelen worden verstrekt en onze inwoners steeds meer gebruik maken van de stedelijke mobiliteitspool.

  1. Huishoudelijke hulp (Wmo)

Het saldo binnen dit taakveld is €627.000 nadelig, waarvan €535.000 binnen de lasten en €92.000 binnen de baten. Het nadeel uit zich bij Hulp bij Huishouden ZIN (zorg in natura). Hier is bij de 2 e tussentijdse rapportage nog een voordeel op gemeld van €1.270.000. Hierbij is destijds rekening gehouden met een te laag uitnuttingspercentage (de mate van het besteden van de beschikking/middelen op zorgtaken). Doordat het uitnuttingspercentage in werkelijkheid aanzienlijk is gestegen ten opzichte van historische gegevens vallen de lasten hoger uit. De uitnuttingspercentages  zijn hoger geworden omdat er actiever op het uitnutten van beschikkingen is gestuurd.

  1. Begeleiding (Wmo)

Het totaal binnen dit taakveld is €440.000 nadelig. Op de lasten van Begeleiding ZIN (zorg in natura), is bij de 2e tussentijdse rapportage een nadeel van €110.000 gemeld. De werkelijke lasten vallen hoger uit. De reden hiervoor is dat de stijging van zorgvragen met bijna 10% fors hoger is dan de prognose vanuit het VNG-voorspelmodel van 3%.

  1. Persoonsgebonden budget (PGB) Wmo

Het totaal binnen dit taakveld is €160.000 nadelig. Bij de 2e tussentijdse rapportage hebben we hierop een voordeel van €150.000 gemeld. Net als bij Begeleiding ZIN is er een stijging van de zorgvragen vanuit inwoners.

  1. Beschermd Wonen

Per saldo is er een voordeel van €279.000 op Beschermd Wonen.
Het voordeel op de lasten van €3.240.000 wordt veroorzaakt door lagere uitgaven op beschermd wonen / maatschappelijke opvang regionaal. Deze lasten worden als budgetoverheveling doorgeschoven naar 2026. Als gevolg hiervan zien we een lagere putting uit de reserve Beschermd wonen / Maatschappelijke opvang (BW-MO) regionaal van €3.096.000. Daarnaast zijn uitgaven van €279.000 op beschermd wonen in natura lager door mindere zorgvragen.

  1. Maatschappelijke- en Vrouwenopvang (Wmo)

Een zorgaanbieder heeft begin 2025 een subsidie gekregen van 4,8 miljoen voor de maatschappelijke opvang. In de loop van 2024 is al gebleken dat er meer inzet nodig was voor de maatschappelijke opvang dan in 2024 gebruikelijk was. Er is extra ingezet op extra toezicht en begeleiding vanwege drukte 24-uursopvang en vanaf 1 april 2024 ook op vernieuwing maatschappelijke opvang vanwege jongerenopvang en tijdelijk onderdak met begeleiding. Binnen het regionaal bestuurlijk overleg is het besluit genomen om deze inzet te verruimen. Aanvullend is in 2025 0,5 miljoen extra verleend i.v.m. de opening van een extra opvanglocatie. Deze extra inzet wordt gedekt vanuit de reserve MO-BW regionaal.

Het voordeel op de baten van €110.000 wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een hogere Rijksbijdrage van €100.000. Hierdoor is de onttrekking uit de reserve BW-MO regionaal € 234.000 lager dan begroot.

  1. Coördinatie en beleid Wmo

Het nadeel van € 251.000 wordt verklaard door hogere uitvoeringskosten BW en MO regionaal van €307.000 en een voordeel op het uitvoeringsbudget WMO/AWBZ van €56.000.

  1. Volksgezondheid

Het saldo op het taakveld Volksgezondheid is €435.000 voordelig. Dit komt met name door:

  • Een voordeel op het budget van de GGD van € 123.000 waarvan €82.000 door een teruggave van een projectsubsidie aan de GGD op het gebied van het organiseren en uitvoeren van aanvullende activiteiten jeugdgezondheidszorg.
  • Een voordeel op handhaving en toezicht kinderopvang van €130.000. Op dit budget hebben we al meerdere jaren een voordeel. Bij de 1e tussentijdse rapportage 2026 zal worden bezien welk deel van dit budget structureel verlaagd kan worden.
  • Een voordeel van € 182.000 op meerdere verschillen lager dan €100.000.