Jeugd en onderwijs

Dit programma bestaat uit de volgende taakvelden:
4.2 Onderwijshuisvesting;
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken;
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie;
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieniingen Jeugd;
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal;
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal;
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk;
6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal;
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal;
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk;
6.792 PGB Jeugd
6.821 Jeugdbescherming;
6.822 Jeugdreclassering;
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd;

(bedragen x €1.000)

(-/- = de realisatie is lager dan begroot, +/+ = de realisatie is hoger dan begroot)

Nr.

Omschrijving

Verschil 2025 Lasten (a)

Verschil 2025 Baten (b)

Verschil 2025 Stortingen (c)

Verschil 2025 Puttingen (d)

Saldo 2025
(-a+b-c+d)

1

Onderwijshuisvesting

-765

323

90

-614

384

2

Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

-1.142

-700

2

-

440

3

Jeugdhulp en jeugdreclassering

-2.205

920

3

-332

2.790

Totaal

-4.112

543

95

-946

3.614

Toelichting
  1. Onderwijshuisvesting

Het voordeel op onderwijshuisvesting bedraagt €384.000. De lasten zijn €765.000 lager dan begroot. Dit komt onder andere door een voordeel op het bijzonder voorgezet onderwijs van € 216.000 als gevolg van minder vandalismeschade en doordat de kosten voor het huisvesten van Persoonlijk voorgezet onderwijs (Pvo) lager waren dan begroot.  

Daarnaast is er een overschot van €590.000 op het budget voor sloopkosten van de Zwaluwenburg omdat dit pas in 2026 uitgevoerd wordt. De dekking hiervan komt vanuit de algemene reserve. Het incidenteel budget voor voorbereiding van Arkelstein / VSO De Linde / ISK is niet volledig uitgenut. Hier tegenover staat een onttrekking uit de reserve overlopende uitgaven. De budgetten voor Zwaluwenburg en Arkelstein / VSO de Linde / ISK worden overgeheveld naar 2026 omdat de uitvoering en voorbereiding in 2026 verder doorlopen. De baten zijn €291.000 hoger dan begroot, het grootste verschil hierin zit bij Zwaluwenburg MFA.  De baten op Vastgoed zijn € 109.000 hoger dan begroot. De financiële afwijkingen zijn geclusterd en nader toegelicht in de paragraaf Vastgoed.

  1. Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

Het voordeel op onderwijsbeleid en leerlingzaken bedraagt €440.000. De lasten zijn €1.140.000 lager dan begroot. Hier staat tegenover dat de baten ook €700.000 lager zijn dan begroot.
Voor de lasten is dit deels toe te schrijven aan een voordeel van €163.000 op peuterspelen. De kindregelingen Re-integratie en Sociaal Medische indicatie (SMI) binnen programma Meedoen en Peuterspelen binnen programma Jeugd en onderwijs worden met elkaar verrekend. Op Re-integratie en SMI hebben we een tekort van €43.000. Per saldo is het voordeel op de kindregelingen €120.000. In 2025 zijn er meer overbelaste gezinssituaties geweest dan begroot. Deze inwoners hebben gebruik gemaakt van de SMI-regeling. Een gedeelte van deze gezinnen had gebruik kunnen maken van peuterspelen wanneer ze niet overbelast waren geweest. Daarom is er meer op SMI ingezet en minder op Peuterspelen. Bij de 1e tussentijdse rapportage van 2026 zal gekeken worden wat het structurele effect is en wordt dit budget mogelijk aangepast.

Daarnaast zijn de kosten voor het leerlingenvervoer €196.000 lager dan begroot. Dit komt onder andere door de kostenontwikkeling voor het taxivervoer. De NEA-index is met 1,5% lager dan de gemeentelijke indexering met 3,3%. Doordat meer VSO leerlingen in Deventer naar school gaan, zijn het aantal vervoersbewegingen afgenomen. Tevens sturen we meer op zelfstandig vervoer en het gebruik van centrale opstapplaatsen waardoor het aantal vervoersbewegingen ook afneemt.

De andere grote voordelen op de lasten zitten op onderwijsachterstandenbeleid. Hiertegenover staan lagere baten vanuit de uitkering van het Rijk. Het voordeel aan baten en lasten is €935.000. Dit komt omdat de raming niet bijgesteld is ten opzichte van 2024, terwijl dit wel had gemoeten.

  1. Jeugdhulp en jeugdreclassering

Het voordeel op Jeugdhulp en jeugdreclassering bedraagt €2.790.000. De lasten zijn €2.202.000 lager dan begroot. De baten zijn 588.000 hoger dan begroot. Het voordeel van €2.790.000 heeft voor €3.314.000 betrekking op jeugdhulp, dit betreft een voordeel. Voor jeugdreclassering zien we een nadeel van €524.000.
In de 2e tussentijdse rapportage 2026 is het budget op jeugdhulp met €5,5 miljoen naar boven bijgesteld. Op basis van de jaarrekeningcijfers is deze bijstelling € 2,8 miljoen te hoog geweest en was een bijstelling van € 2,7 miljoen voldoende geweest. Tenslotte komt het voordeel op de baten bij jeugdhulp doordat bij de jaarrekening controle bleek dat er in verband met het woonplaatsbeginsel nog kosten in rekening moesten worden gebracht bij andere gemeenten. In totaal gaat dit om €717.000.