Begrotingscriterium

Algemeen

In de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Uitgangspunt is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen geautoriseerd heeft. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma (de raad heeft immers de begrotingsbedragen op programmaniveau toegekend), de juiste investering, het toereikend zijn van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.

Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger zijn dan de geraamde bedragen (na laatste begrotingswijziging) dan kan er mogelijk sprake zijn van onrechtmatige uitgaven (begrotingsonrechtmatigheid) aangezien deze lasten buiten het budgetrecht van de raad tot stand zijn gekomen.

De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn op hoofdlijnen door de wetgever bepaald (artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet) en worden door de raad zelf nader ingevuld en geconcretiseerd. De raad bepaalt zelf op welk niveau de budgetten in de begroting en investeringen worden geautoriseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de financiële verordening.

In onderstaande tabel zijn de normen nader toegelicht.

Categorie

Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen tenminste de volgende 'soorten' begrotingsafwijkingen worden onderkend:

Rechtmatig

Onrechtmatig maar acceptabel (wordt niet toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering)

Onrechtmatig en niet acceptabel (wordt toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering)

Overschrijdingen lasten

Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd. Bijvoorbeeld: de verwachte kostenoverschrijding op jaarbasis was via tussentijdse informatie al wel bekend, maar men heeft geen voorstel tot begrotingsaanpassing ingediend en dit is in strijd met de budgetregels zoals afgesproken met de raad.

X

Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet.

X

Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding.

X

Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen.

X

Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, Belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing).

- geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar

X

- geconstateerd na verantwoordingsjaar

X

Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren.

- jaar van investeren

X

- afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

X

Onderschrijding van baten en lasten en overschrijding van baten

Onderschrijding van baten en lasten en overschrijding van baten zijn onrechtmatig als de raad niet is geïnformeerd (melding en toelichting) in de tussentijdse rapportages of in de nog op te leveren jaarrekening.

- gemeld en toegelicht

X

- niet gemeld

X

Overschrijding lasten programma’s

Bij dit onderdeel wordt per programma de rechtmatigheid van een hogere last in de rekening vergeleken met de begroting en toegelicht.
In de programma's Openbare orde en veiligheid en Milieu en klimaat speelt dit. Deze budgetoverschrijdingen worden geheel of grotendeels gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten. Deze overschrijdingen zijn onrechtmatig maar acceptabel en tellen niet mee in het oordeel van het college voor de rechtmatigheidsverantwoording.

(bedragen x €1.000)

Programma

Begroting na wijziging

Rekening

Verschil

Burger en bestuur

13.639

14.658

1.019

Openbare orde en veiligheid

15.667

15.994

326

Milieu en klimaat

20.916

21.540

624

Toelichting programma Burger en bestuur

De overschrijding op de lasten van het programma Burger en bestuur wordt veroorzaakt door de extra storting in de voorziening wethouderspensioenen. In de voorziening voor wethouderspensioenen is een extra toevoeging opgenomen van €1.458.000 vanwege de voorgenomen overgang van Appa-pensioenen naar het nieuwe pensioenstelsel. Hiervoor zullen de pensioenen van politieke ambtsdragers per 1 januari 2028 worden overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Om de overstap naar het ABP mogelijk te maken, is het verplicht om de voorziening voor wethouderspensioenen per 31-12-2025 op het benodigde niveau te brengen van deze toekomstige verplichting. De afwijking is acceptabel omdat de informatie over de uitgangspunten van de berekening nog niet bekend waren eind 2025.

Toelichting programma Openbare orde en veiligheid

De overschrijding op de lasten van het programma Openbare orden en veiligheid wordt veroorzaakt door een aantal afwijkingen. Deze worden hieronder kort toegelicht:

  • Een hogere storting in de voorziening dubieuze debiteuren van €109.000 als gevolg van opgelegde dwangsommen. De afwijking is acceptabel omdat deze ook leidt tot een hogere baat als gevolg van hogere opgelegde dwangsommen van €150.000.
  • De uitgaven Grip op Onbegrip en ZonMW zijn hoger dan begroot (respectievelijk €192.000 en €22.000). De afwijking is acceptabel omdat hiertegenover hogere baten staan door een hogere bijdrage vanuit de Provincie.
  • De loonkosten voor zowel toezicht en handhaving als voor openbare orde en veiligheid zijn hoger dan geraamd (respectievelijk €103.000 en €223.000). De afwijking is acceptabel omdat hier baten tegenover staan ter hoogte van dezelfde bedragen omdat voor de inzet een bijdrage is ontvangen van omliggende gemeenten.
Toelichting programma Milieu en klimaat

De overschrijding op de lasten van het programma Milieu en klimaat wordt veroorzaakt door:

  • De werkelijke lasten op het taakveld afval zijn €1,3 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft met name de DVO met Circulus ten aanzien van de inzameling en verwerking van grondstoffen. In de begroting zijn de vergoeding die de gemeente ontvangt voor papier, karton en glas etc. en de heffing die bij burgers in rekening wordt gebracht voor storten bij de milieustraat gesaldeerd opgenomen in de raming van de lasten DVO. Dit betreft respectievelijk bedragen van €616.000 en €436.000. In de realisatie zijn deze als baten verantwoord en leiden dus tot een voordeel in de baten. Hiermee is de afwijking acceptabel.
  • Op de bijdrage aan de Omgevingsdienst IJsselland is een nadeel van €226.000 door de eindafrekening 2025. In 2025 zijn meer uren afgenomen dan opgenomen in de jaaropdracht. Dit betreft met name adviesverzoeken geluid en milieuzonering. Daarnaast is meer tijd besteed aan strafrechtelijk onderzoek als gevolg van de inwerkingtreding van de landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). Tot slot heeft de veranderde werkwijze ten aanzien van sloopmeldingen in relatie tot asbest tot meer tijdsinzet geleid. De afwijking is acceptabel omdat dit een open einde regeling is waarbij de overschrijding pas bij de jaarrekening van de gemeente bekend was.
Reserves

Bij dit onderdeel moet de rechtmatigheid worden toegelicht van hogere puttingen en hogere stortingen uit/in reserves (> €200.000) dan begroot. Als dit voorkomt bij egaliserende reserves zijn deze gezien het doel van de reserve altijd rechtmatig. Voor de reserves zijn er geen onrechtmatigheden aangetroffen.

Investeringen/Kredieten

Bij de investeringskredieten worden overschrijdingen meegenomen die niet passen binnen het totaal gevoteerde investeringsbedrag. Bij 4 kredieten is dit het geval. Hieronder zijn de verschillen op de uitgaven binnen deze investeringskredieten in beeld gebracht.

(bedragen x €1.000)

Investeringskrediet

Gevoteerd krediet (uitgaven)

Realisatie t/m 2025

Verschil

Verbetering (veiligheids) voorzieningen Truckpoint

700

817

117

Voorbereidingskrediet bovenplanse infrastructuur Centrumschil

660

776

116

Voorbereidingskrediet bovenplanse infrastructuur stadslint Keizerslanden

0

301

301

Reconstructie rotonde Roland Holstlaan

564

825

261

Verbetering (veiligheids)voorzieningen Truckpoint

In de jaarstukken 2024 hebben we al melding gemaakt van een begrotingsonrechtmatigheid van €29.861 die toen als acceptabel is aangemerkt. Bij de definitieve financiële afwikkeling in 2025 is gebleken dat de kosten hoger waren dan bij de afsluiting van het project werd verwacht. Deze overschrijding is ten onrechte niet meer meegenomen in de tussentijdse rapportages. De overschrijding van de uitgaven na definitieve financiële afwikkeling bedraagt €116.748. Hiervan is €86.887 niet tijdig gemeld en dus niet acceptabel.

Voorbereidingskrediet bovenplanse infrastructuur Centrumschil

De overschrijding in 2025 is eerst in het 4e kwartaal 2025 geconstateerd. De uitgaven worden gedekt uit rijksmiddelen (versnellingsgelden 2023) en beschikbare cofinanciering uit de bestemmingsreserve ‘Centrum & Schil’. In 2026 is met raadsbesluit 2026-79 ‘Aanvullend krediet Centrum & Schil’ een aanvullend krediet beschikbaar gesteld.
De overschrijding is niet tijdig gemeld en daarmee niet acceptabel.

Voorbereidingskrediet bovenplanse infrastructuur stadslint Keizerslanden

In 2025 is niet tijdig gestart met de aanvraag van een krediet voor het opstellen van de analyse- en kansenkaart voor het Stadslint. Dit betreft voorbereidingskosten voor de projecten Van Oldenielstraat en de ongelijkvloerse kruising voor fietsers en voetgangers bij de Margijnenenk. Deze kosten zijn in 2025 gemaakt.
De uitgaven worden gedekt uit rijksmiddelen (versnellingsgelden 2023) en beschikbare cofinanciering uit de bestemmingsreserve ‘Keizerslanden’.
In 2026 is via de 1e tussentijdse rapportage 2026 aanvullend krediet voor deze kosten aangevraagd.
De overschrijding is niet tijdig gemeld en daarmee niet acceptabel.

Reconstructie rotonde Roland Holstlaan

In het MJOP-MIND 2023 is door het college besloten om een investeringskrediet beschikbaar te stellen voor de reconstructie van de rotonde Roland Holstlaan. Via de 3e kwartaalrapportage 2022 is het investeringskrediet beschikbaar gesteld door de raad. De uitgaven worden gedekt door een bijdrage vanuit het Rijk en de provincie. De uitgaven zijn €261.089 hoger dan begroot. Hiertegenover staat een hogere bijdrage van €328.477. De overschrijding van de uitgaven is voor €220.940 gemeld in de jaarrekening 2024. Daarmee is €40.149 niet tijdig gemeld en daarmee onrechtmatig. De overschrijding is acceptabel omdat er direct gerelateerde inkomsten tegenover staan.

Niet financiële onrechtmatigheid

Bij het aantrekken van geld en het uitzetten van middelen moeten de Nederlandse decentrale overheden zich houden aan de Wet Financiering decentrale overheden (Wet fido). De belangrijkste doelstellingen van deze wetgeving zijn het zorgen voor een efficiënte financiering en een adequate risicobeheersing ten aanzien van de treasury activiteiten.
Voor het boekjaar 2025 zijn er geen niet-financiële onrechtmatigheden. Er is voldaan aan de volgende normen:

  • de kasgeldlimieten per kwartaal
  • de rente risiconorm, en
  • de normen rondom schatkistbankieren.
Verkoop van gronden.

Bij de verkoop van gronden binnen het project Steenbrugge Buurtschap 5 is afgeweken van de geldende grondprijzenbrief 2025. De afwijking betreft de daadwerkelijk gehanteerde kavelprijs (grondprijzenbrief 2023) versus de bepaling dat, bij levering na 31 december 2024, de dan geldende grondprijzen van toepassing is (lees grondprijzenbrief 2025). De betreffende gronden zijn geleverd in 2025, maar tegen het tarief uit de grondprijzenbrief 2023. Het ontstane verschil ad €50.970 is conform de bepalingen uit de grondprijzenbrief door het College van Burgemeester en Wethouders in april 2026 het College van B&W alsnog gesanctioneerd. Hiermee is een eventuele financiële onrechtmatigheid opgeheven en is de rechtmatigheid van deze grondverkoop alsnog geborgd.

Verantwoording door het college

De financiële beheersmaatregelen die in deze jaarrekening worden beschreven vallen binnen de financiële rechtmatigheidskaders van de raad en hogere overheden.

Vooruitblik

De gedane verbeteracties en aanbevelingen van de accountant ten behoeve van de interne (financiële) beheersing en de verdere doorontwikkeling van de verbijzonderde interne controle zullen voortvarend worden opgepakt door de organisatie.