Ontwikkelingen en conclusies

Ontwikkelingen

In de paragraaf weerstandsvermogen wordt gerapporteerd over de actuele risico’s en het weerstandsvermogen. Naast de reguliere risicomanagementprocessen in de gemeentelijke organisatie vindt bij begroting en jaarrekening een inventarisatie plaats van het resterend risico. Resterend risico is niet meer redelijkerwijs op te vangen binnen de programma’s en kan tot een negatief rekeningresultaat leiden. Deze wordt gebruikt om te beoordelen of de gemeente in staat is haar risico’s te dragen. De paragraaf geeft aan hoe robuust de begroting is.

Met het aanhouden en hebben van aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat substantiële risico’s dwingen tot extra bezuinigingen en/of noodzaken tot een bijstelling van beleid of de uitvoering taken.

Uit de analyse in deze paragraaf blijkt ten opzichte van de vorige analyse een stijging van de risico's die de gemeente loopt.

De totale maximale impact van de risico's zijn berekend op ruim €36 miljoen. In totaal zijn er 75 risico’s die meewegen in het berekenen van het weerstandsvermogen, waarvan 6 risico’s met een hoge risicoscore (hoge impact en/of hoge kans). Deze worden toegelicht in deze paragraaf.

De verschillen met de risicoanalyse in de Begroting 2026 zijn als volgt:

  • Nieuwe grotere risico's zijn voor regionale taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang en risico's Flexwonen Oxerdwarssteeg.
  • Binnen de grondexploitaties zijn de risico's voor de A1 locatie gedaald. Bij het bedrijventerrein vormt mogelijke vertraging als gevolg van (te late) beschikbaarheid van de netwerken van Enexis (netcongestie), en de aansluiting op de N348 de grootste risico's.
  • De risico's op sociaal domein zijn licht gestegen, met een totaal maximaal risico van €12 miljoen.

Op basis van de actuele risicoanalyse wordt de benodigde weerstandscapaciteit ingeschat dat €12,5 miljoen. Afgezet tegen een algemene reserve van €57 miljoen (stand eind 2025) is de weerstandsratio 4,6, ruim boven de minimumwaarde van 1,5. In 2026 daalt de ratio naar 3,6 door geraamde onttrekkingen. De minimumwaarde betekent een ondergrens voor de algemene reserve (en evt. stelposten) van €19 miljoen.